Oh oh oh, die drummer van The Police toch!

Okay mensen, hou je vast, hier het allerlaatste K-zaag stukkie op deze plek. Daarna gaan we over naar http://www.dekettingzaag.nl

Laten we het vandaag eens – zonder enige aanleiding- hebben over Stewart Copeland, die lange dunne blonde van The Police. In het begin van zijn carriere  leidde hij een tijdjelang een shady schaduwbestaan als onwaarschijnlijke popster, als een gemaskerd type genaamd KKK, oftewel KlarK Kent.  Bekijk svp om te beginnen eens het fotootje hieronder,  het is zo’n beetje de gehele discographie van Klark Kent!

klark

Het begon allemaal in het verre Amerika. Stewart Copeland zag het levenslicht in West-Virginia als zoon van een agent die werkte voor een dienst die later de CIA zou gaan heten (echt waar!). Na een gelukkige jeugd in het Midden Oosten (zoiets is tegenwoordig moeilijk voorstelbaar)  besloot hij op 15-jarige leeftijd zijn geluk in Engeland te beproeven.  Voordat hij samen met ene Sting het bandje The Police zou oprichten deed hij eerst wat roadmanagerswerk voor een prog-band genaamd Curved Air. Ook drumde hij een tijdje in die band. Curved Air had in 1971 een NL-hitje met Back Street Luv, maar toen was hij er nog niet bij betrokken. Overigens, met de zangeres van die band is hij nog tot in de jaren ‘90 getrouwd geweest.

copelandv
Midachter

The Police is natuurlijk het schoolvoorbeeld van een stelletje “bandwagon-jumpers,” in de meest pure zin van het woord. Alle drie de leden namelijk waren anno 1976/1977 technisch begaafde muzikanten, alleen vonden ze zichzelf nog niet beroemd genoeg. De punkrage bracht uitkomst, één keertje flink meeraggen op die gitaren en je naam is gevestigd, moeten ze gedacht hebben. Fall Out / Nothing Achieving heet de debuutsingle van The Police uit 1977, die moet je voor de gein eens horen (maar niet hier) :

police
V.l.n.r: Sting, Stewart Copeland, Henry Padovani (kort daarop vervangen door Andy Summers)

Het zou tot de derde single van The Police duren voordat ze hun eerste, felbegeerde hitnotering te pakken hadden (Can’t Stand Losing You in 1978). Die onzekere beginperiode benutte de drummer door er een curieus zij-project op na te houden: Klark Kent dus. Alle instrumenten werden door hemzelf bespeeld. Zijn inspiratie haalde hij uit een stripverslaving die hij tijdens zijn jeugdjaren had opgelopen.

copelandbb

De naam Klark Kent had hij van het stripfiguur Clark Kent, naar het bekende alter ego van Superman. Of beter gezegd: Clark Kent was de burgermansdekmantel van Superman. Als goed journalist was Clark Kent namelijk immer als eerste ter plekke bij zowel heil als onheil. Als heldendaden dan vereist waren dan dook hij steevast een telefooncel in en kwam er vervolgens plop!, als Superman weer uit.


You know i’m fooling with my fake I.D.
So you don’t need to check my history
You know I’m something it ain’t easy to be 
There isn’t anyone who I’d rather be

Stewart Copeland vond het kennelijk een geinig idee om ook een beetje te spelen met identiteiten. Daar gaat zijn machtige eerste single Don’t Care dan ook over. Dat niemand destijds wist wie er achter de gemaskerde creatie Klark Kent zat, leverde de nodige publiciteit op (sommigen dachten zelfs dat Johnny Rotten het brein erachter was). Mede daardoor had Klark Kent al een UK-hitnotering te pakken voordat zijn eigen band The Police daarin slaagde!


Lekker punken in de studio, met in de begeleidingsband ook Sting en Andy Summers)

klark2

De zes plaatjes (vijf singles en een 10 inch) van Klark Kent in de periode 1977-1979 werden immer uit groen vinyl uitgebracht. Hey, maar waarom op groen vinyl, was daar soms een reden toe? Jawel, daar was een reden toe. Zoals je ziet kwam ‘Don’t Care’ uit op Kryptone Records, het eigen platenlabeltje van Copeland. Kryptonite was de naam van het ultra-gevaarlijke, groenkleurige metaal dat Superman tijdelijk deed uitschakelen. Zodoende kun je dus wel stellen dat de act Klark Kent niet alleen een fun-act was, maar met een beetje goede wil ook conceptuele kunst met een knipoog, gebaseerd op een comic,  daarbij popconventies en wetmatigheden op zijn kop zettend.

copeland3
Pas nou op Superman! Gevaarlijk goedje!

De carrière van Klark Kent kwam eind jaren ’70 vlot ten einde. Ja, want ten eerste was de lol er al gauw vanaf gegaan. Ten tweede werd The Police verontrustend snel populair en ten derde begonnen de erven van de tekenaar van Superman met gerechtelijke stappen te dreigen… Stewart Copeland ben ik sindsdien uit het oog verloren, al mag hij voor mijn part trots zijn op de getrommelde soundtrack van FF Copolla’s Rumble Fish uit 1984.


Klark Kent’s tweede single. Achteraf lullen is makkelijk, maar wij herkennen hier onmiddellijk de drummer van The Police in natuurlijk.

Tot slot: Stewart Copeland had ook nog een broer, Miles Copeland. Deze was behalve manager van The Police ook nog de oprichter van IRS Records. Kennelijk had The Police ook iets van een warme familie aangezien hij eind jaren ’80 de eerder genoemde originele gitarist Henri Padovani tot vice-president van dat label bombardeerde!

die sendung mit… der wolfshund # 27

O.a. met: Mark E. Smith die nog één keer voordoet hoe het moet; Iggy Pop’s eerste zelf gepende liedje en Keith Moon.

Press play en scroll door naar de avonturen van ome Snoeischaar die zich een paar Teenage Kicks aanschaft bij The Undertones in Glasgow.

Teenage Kicks in Glasgow (deel 1)

In de lobby van het budget-hotel is het even schrikken afgelopen zaterdagmiddag: het ouwemannenclubje dat daar gebroederlijk bijeen staat doet een conventie van gepensioneerde biologieleraren vermoeden. Maar gotsamme zeg, als onze reisleider ze hartelijk begroet blijken het bekende popmuzikanten te zijn. Wat zeg ik: het zijn The Undertones die daar staan! Ons reisdoel van dit weekend blijkt zich in hetzelfde hotel als de onze verschanst te hebben…

Nog niet eens zo heel lang geleden, in 1978, waren ze een regelrechte sensatie. Vijf pientere minkukels van amper 17 jaar in kostschoolkledij, afkomstig uit het verre Derry. Ze voorzagen het begrip naïviteit van een geheel nieuwe dimensie. Op hun toenmalige debuut-ep stonden de meest onwaarschijnlijk goeie popsongs, die leken wel als per ongeluk tot stand gebracht, zoiets was nog nooit eerder vertoond…

Hun zanger, Feargal Sharkey, was toen al een beetje een vreemde eend in de bijt. Zijn talent had men als jongetje, in de jaren voorafgaand aan The Undertones, al erkend. Het nachtegaaltje met de hese vibarto won daar menig prijsbeker mee, her en der in Ierland. Ja, juist dit goedvinkie met zijn vergulde strot, vond zichzelve terug binnen de strikte beperkingen van een lokale punkband. Zoiets kon nooit lang goed gaan natuurlijk. En het ging ook niet lang goed. In 1983 knalde de band uit elkaar. Feargal zou nooit meer terugkeren, niet naar The Undertones en ook niet naar Ierland.

undertones3
Een nog jonge Feargal als hoespoes

In 1999 richtte de band zichzelf opnieuw op (na een experimentele uitbuikperiode in de 80s van zes albums en 15 singles met That Petrol Emotion). Ene Paul McLoone werd de nieuwe zanger en dat is hij gebleven tot op de dag van vandaag.

garage

Afgelopen zaterdagavond, The Garage in Glasgow. Na het voorprogramma van een niksig ska-bandje is het wachten op The Undertones een fluit van een cent. Onder luid gejuich van veel trouwe fans, afkomstig uit heel Schotland maar ook uit Utrecht en uit de verste uithoeken van De Achterhoek, betreden onze veteranen het podium.

Ter linker- en ter rechterzijde van het podium staan de twee gitaristen in het halfdonker te shinen, beiden hebben een blitz zonnebrilletje op. Het zijn de gebroeders Damian en John O’Neill, beter bekend als de sonische ruggegraat van The Undertones. Je begrijpt het al: de onderwijs-associaties van die middag verdwijnen als de spreekwoordelijke sneeuw voor de zon: dit zijn ONVERVALSTE HELDEN, dames en heren! Ook had iemand me van te voren voorspeld dat de herinneringen aan Feargal na twee nummers finaal uit mijn kop verdwenen zouden zijn. En ja hoor, precies zo geschiedt!


Het Hooglied van The Undertones

Vanaf opener My Perfect Cousin is het één grote hit-carroussel wat The Undertones over het luid meezingende publiek uitbraken. Sodemieters, wat een glorieus klassemateriaal hebben deze gasten in de loop der beginjaren toch bijeen gesprokkeld! Speciale hoogtepunten zijn vanavond Wednesday Week, The Love Parade, You’ve Got my Number en het speciaal voor een fan gespeelde Sheena is a Punkrocker (!). Wist je overigens dat klassiekers als Wednesday Week en My Perfect Cousin slechts een kut-endje bij ons vandaan zijn opgenomen? Ja ja, in de Wisseloord Studios in Hilversum was dat ooit. Heilige grond!

Dat de Undertones een typische punkband zijn, hoor je mij niet zeggen. Met hetzelfde gemak kun je volhouden met beat, glam of powerpop van doen te hebben. Persoonlijk hou ik het het liefst op klassieke popsongs in een strakke rock ‘n’roll-verpakking. Ofwel, het is precies zoals Charlie Watts ooit zei: namelijk dat de meeste bands wel rocken, maar dat slechts weinigen ook nog rollen (of iets van gelijke strekking). Welnu, the Undertones rocken én rollen dat het een aard heeft. Toen. En nu. Nog steeds!

Bernard Sumner – Peter Hook: 0 – 0

Bookie

(Omslagfoto: Anton Konijn)

Het gelukkige huwelijk dat New Order ooit was is zeven jaar geleden hopeloos gestrand toen een boze Peter Hook na jaren van ruzie de deur met een harde klap achter zich dichttrok. En net als kinderen bij een echte scheiding zaten de fans maar mooi met de gebakken peren. Je houdt van beide ouders evenveel, maar je moet toch kiezen bij wie je gaat wonen. Voor mij was de keuze niet zo heel moeilijk. Ik ging mee met Bernard en de rest van de band. Af en toe een weekendje bij Peter is leuk, maar meer dan genoeg. Eigenlijk was ik toch al een beetje op hem uitgekeken.

Hoekie, de koptelefoonloze DJ

Ik begon mijn respect voor Peter te verliezen toen hij eind jaren 80 leren broeken en een paardenstaartje ging dragen. Later maakte hij met Revenge van alle zijprojecten die New Order voortbracht de meest matige plaatjes. Dat maakte hij later met Monaco een beetje goed, maar eigenlijk alleen omdat zijn toenmalige muzikale maatje net zo zong en net zo gitaar speelde als Bernard. In het begin van de 21ste eeuw ging Hoekie ook nog ineens DJ-en. Niemand geloofde dat hij echt kon draaien, maar hij gedroeg zich achter de draaitafels op nogal vervelende wijze als een ster. Niet cool dus en niet erg New Order.

Wat Hooky wel goed deed was dat hij snel na de scheiding boeken ging schrijven. Een over The Haçienda en een over Joy Division. Bij het verschijnen van dat laatste boek kondigde hij ook nog eens een boek over New Order aan. Waarom is dat zo slim dan? Wel: noch Joy Division, noch New Order waren erg scheutig met interviews. Dat was geen bewuste strategie, hoor. Hadden ze gewoon geen zin an. Fans zaten daardoor te springen om een kijkje achter de schermen van de band. Wilde geruchten over feesten, drank en druks deden de ronde, maar niemand wist wat er nou echt van waar was. Handig dus van Hooky om de boel eens op te schrijven en ook nog eens te verspreiden over maar liefst drie boeken (is drie keer kassa!).

Barney & Iggy: “Hierna had ik gerust kunnen sterven”

Net als zijn muziek vielen de boekjes van Hoekie toch een beetje tegen. Hook is een beetje en ouwe zeur (vooral over geld) en heel erg veel van wat er nou precies met Joy Division was gebeurd wist hij zich niet te herinneren. Mijn verwachtingen waren dan ook hooggespannen toen Bernard Sumner begin dit jaar een autobiografie aankondigde. Hij zou een boekje opendoen over zijn jeugd, Joy Division, New Order en hoe het nu precies zat met die ruzie met Hooky. Het valt me moeilijk om het toe te geven, maar ook dat werkje valt niet mee. Leest lekker weg hoor, daar niet van, maar het is nogal niksig.

Sumner blijkt, zoals ik al verwachtte, een stuk genuanceerder te zijn dan Hook. Hij is gewoon slimmer en volwassener, waar Hookie eigenlijk altijd een verwend kind is gebleven. Terwijl Hooky een nogal gefrustreerde indruk maakt, zit Barney lekker in zijn velletje en weet zijn verhaal een stuk intelligenter te vertellen. Maar wat hij opschrijft is voor de wat beter ingevoerde liefhebber allemaal al bekend. In bijna driehonderd pagina’s staat bijna niets nieuws. Barney

Tsja…

Bernard is voor het eerst openhartig over zijn lastige jeugd. Daar had hij nooit eerder over gesproken. Maar eigenlijk interesseert me dat niet zo. Ik wil weten wat zich afspeelde achter de schermen van de band die zich jarenlang in enigmatisch stilzwijgen hulde.

Helaas gaat Barney zo’n beetje met zevenmijlslaarzen door de 37 jaar dat Joy Division en New Order inmiddels bestaan. Het lijkt erop dat jaren van stevig gebruik van diverse genotsmiddelen ook zijn geheugen danig heeft aangetast. Er zijn wat anekdotes blijven hangen, maar een bevredigend beeld van hoe het er nu echt aan toeging in de band geeft het werkje niet. Barney zal dat zelf ook ingezien hebben, want hij heeft als appendix een uitgetikt verslag toegevoegd van wat er gebeurde toen hij Ian Curtis onder hypnose bracht en hem vroeg naar ervaringen uit zgn. vorige levens. Ik zal hier verder niks over de inhoud daarvan verklappen, maar wel dat het zo’n beetje het meest interessante stuk van het boek is.

Barney neemt natuurlijk wel even de gelegenheid te baat om eens even goed stil te staan bij de breuk met Hookie. Je moet het hem nageven: hij doseert daarbij de vegen uit de pan. Hij toont zich een gentleman die overtuigd is van zijn morele gelijk. Goed, hij heeft zijn tekortkomingen, maar over het algemeen deugt hij volledig. Dat nemen we maar even van hem aan. Ons definitieve oordeel bewaren we nog even tot Hook zijn aangekondigde boek over New Order heeft afgeleverd. Daarin zal hij ongetwijfeld proberen aan te tonen dat het toch echt Barney is die een waardeloze flapdrol is. Best amusant hoor, zo’n oudemannenfittie, maar eigenlijk toch ook wel een beetje sneu.

TOT

Doe ook ff een boekje a.u.b.

Leuke lectuur al met al om een regenachtig weekeinde mee door te komen. Het zou leuk zijn als binnenkort ook The Other Two nog een duit in het zakje der biografieën doen. Misschien kunnen zij zich nog nieuwe dingen herinneren. Ik vermoed echter dat we voor het volledige verhaal van de meest invloedrijke band van de jaren 80 toch moeten wachten op de definitieve monografie door een buitenstaander.

Breda heeft het, Tilburg doet het.

BreBurg

Tja, ik kan niet anders dan de bovenstaande kwoot uit het lokale sufferdje beamen. Ik val mijn stad (Breedje-da that is) niet graag af, maar het vergelijkend warenonderzoek dit weekend bracht uitsluitsel. Twee buursteden en twee festivals. Breda deed het met het gratis festival Breda Barst en zette als headliners Therapy?, Arno en Dotan in. In Tilburg stond Incubate voor de 10e keer op het programma en had de voor mij aansprekende namen als Rude 66, Legowelt, Sol Invictus en Carter Tutti Void op het affiche staan. OK niet te vergelijken, maar waar je op het gratis deel van Incubate wordt overspoeld met jonge jeugdige rafelige bandjes op aansprekende locaties, is het bij Breda Barst vooral ‘op veilig’. Breda mist het juiste (studenten)publiek, de infrastructuur en de moed van kleine podia’s om iets anders aan te kunnen bieden dan cover of bluesbandjes (of erger: beide) of de zoveulste dj (iedereen wil de nieuwe tiestwell worden). Onze lelijke zusje moet ook een stuk harder werken om wat mensen naar Tilburg te krijgen. Maar dat harde werken werpt zijn vruchten af. Op verschillende ongebruikte plekken gebeuren bijzondere en charmante dingen. Incubate is daar thuis en daagt je met een prachtig aanbod.

Nou was er nog een reden om 20 km naar het oosten af te reizen en dat was de 2-jaarlijkse derby (Wii vindt het zo om het jaar ludiek om in de jupilerliek te spelen). Vooraf was er genoeg tijd om het program van Incubate Zero uit te checken. Al stiefelend vanuit het station rolde ik direct een geinige koffietent binnen.

Kijk daar in het hoekie

Kijk daar in het hoekie

Bird on the Wire stond al in het hoekie de popelen om te beginnen. Een korte set met zeer dromerige pop was de juiste start voor deze dag. Het bleef gelukkig allemaal spannend genoeg met een venijnig roffeltje hier en een zweverige uithaal daar. Geinig om te zien dat ze hun nummers met vertrouwen en kundig spelen, maar dat ze weer in schuchtere vogeltjes veranderen zodra de muziek stopt. Leuke band!

Zie ze shinen

Zie ze shinen

Op naar Cul de Sac waar ook vorig jaar vuige avonturen waren beleefd. Na een brabants kwartiertje begon daar Shoeshine. Niet de meest originele naam voor de shoegazeband uit Brussel. Ze hebben in hun korte bestaan alweer twee smakelijke EP’s de wereld ingeslingerd. Daarop klinken duidelijk invloeden van My Bloody Valentine en bandjes die daarom heen cirkelden. Van de lage opkomst werd Shoeshine niet ongerust en men gaf wat men in huis had. Dat is een grote diversiteit van stijlen en stevige songs die om een soepele manier neergezet werden. Alle liedjes werden lekker aan elkaar gehaakt, zodat een plichtmatige applausje uitbleef. Als er dan tijdens de set toch een korte stilte valt, schrikt de band zich een hoedje van het applaus dat ze dan toch nog zeer terecht krijgt. Shoeshine had zeker ook moeten glimmen op Breda Barst.

Megan en haar tapedeck

Megan en haar tapedeck

Soms weet je na een nummer al genoeg ‘wegwezen hier’ dan overviel met bij The Great Communicators ( ‘helemaal uit A’dam’). Gelukkig werd ik snel opgevangen door Megan Biscieglia, ook bekend als Bad Braids. Een dame uit Philly met ballen. In haar eentje zichzelf begeleidend met gitaar. Een ouderwetse taperecorder stopte daar het welbekende stofzuigergeluid onder, met daarover heen een repetitief gitaardeuntje. Ze omschrijft het zelf als ‘Dark Folk’ (je moet hier denken aan sferisch, landschappen, schilderstreken en soortgelijke termen die je op de serieuzere muziekblogjes kunt teruglezen). Haar plaat ‘Supreme Parallel doet het bij dit weer in ieder geval uitstekend.

Zo is't

Zo is’t

Tilburg ‘deed’ het die dag nog een keer, maar gelukkig bleek de volgende dag dat Breda het nog ‘heeft’.

Bono beantwoordt open brief koenraadpss

Vond ik in mijn mailbox, waarschijnlijk verkeerd bezorgd.

Beste Koenraadpss,

Grappige naam heb je, bijna net zo grappig als de mijne. Maar ja, er kan er maar één de grappigste zijn.

Zoals je weet trek ik mij het lot aan van vele – zo niet alle – mensen op de wereld en ik heb je brief dan ook met zeer veel belangstellig gelezen. In dat licht moet je de release van onze laatste plaat ook zien.

Vijfhonderd miljoen mensen hebben van U2 iets gekregen waar ze niet om gevraagd hebben. En ze kunnen het ook nog eens niet 1,2,3 (om Dee Dee Ramone voor 3 kwart te citeren) loos geraken. Net als oorlog, honger, ebola, AIDS en een keur aan Apple-producten. Songs of innocence is dan ook meer een statement dan een echte plaat. Of elpee, zoals dat vroeger heette. Het is een statement in een statement, verpakt in een contradictie omgeven met tegenstrijdigheden. Eigenlijk best wel positief dus, heb ik mijn laten vertellen door de mensen van Apple. En het schijnt nog nooit eerder gedaan te zijn en dat legitimeert zo’n beetje alles tegenwoordig, toch?

Muziek op mijn niveau gaat allang niet meer over muziek, maar over verdienmodellen en marketingstrategieën. Het medium zelf is de boodschap. En om Byoncé (schrijf je dat zo?) te overtreffen, moesten we toch iets extra-super-de-luxe-speciaals toevoegen. Vandaar dat jij en vijfhonderd miljoen anderen onze nieuwe plaat door de strot geduwd hebben gekregen. Een record! En het is nieuw en nog nooit eerder gedaan! En het is gratis en voor niks!

Tof van ons hè? De toekomst is gearriveerd, alsjeblieft en graag gedaan. Leuke bijkomstigheid: Met één druk op de knop zijn we weer de grootste band ter wereld en de enige die dat hoeft te geloven zijn wijzelf. Don’t you just love the 21st century? Dat jij daarvoor de geweldloze verkrachting (statement-allert, voel je ‘m?) van jouw iTunes-bibliotheek moest toestaan is maar een klein offer van jouw kant. Eigenlijk is het een verkapte oproep van onze kant: If you can’t join them, kill them, of hoe ging dat spreekwoord ook alweer?

Ook U2 moet mee met zijn/haar tijd en als de tijd verlangt dat dingen gratis, opgedrongen en inhoudsloos zijn dan is dat zo.

Wist je trouwens dat U2 samen met Apple aan een nieuw muziekformaat werkt? Nog zo’n geweldig idee van ons, al was in dit geval Neil Young ons voor met zijn PONO-verhaal. Dus je voelt ‘m al: wij zijn op dit moment bezig om te kijken of we ons idee gratis kunnen aanbieden. En we gaan het volstoppen met interactieve shit, zodat mensen nog meer afgeleid zullen worden van waar ze eigenlijk mee bezig zijn. Het is de bedoeling dat ieder liedje in de toekomst een soort Happy Meal wordt.

Dat gezegd hebbend: Zoals je weet heeft U2 altijd voor een free world gepleit, bevolkt door free people. Wij zijn er onlangs bij toeval achtergekomen dat dat woordje free al die jaren verkeerd is geïnterpreteerd. Daar kunnen wij natuurlijk niks aan doen.

Verder werken we op dit moment samen met Apple aan een plan om iTunes te veranderen in uTunes, maar daar kan ik verder nog niet veel over zeggen. Anders is het geen verrassing meer… Ik kan al wel verklappen dat het gratis wordt.

Dat je de muziek niet te pruimen vindt, vind ik jammer, maar eigenlijk ook weer niet. Vijfhonderd miljoen mensen hebben de plaat in hun uTunes, pardon iTunes-bibliotheek staan, dus zo slecht kan hij nou ook weer niet zijn. Vroeger heette dat een cirkelredenatie, maar tegenwoordig heet dat een subjectieve waarheid, waarbij ik moet aantekenen dat mijn subjectieve waarheid net iets meer gewicht in de schaal legt, want Anton Corbijn is een Nederlander en jij ook en Anton Corbijn is fan van ons.

Liefs,

Bono

p.s. Veel succes met de aanstaande Kettingzaag-verhuizing. Hopelijk met zwembad in de tuin?